ISAÄC DA COSTA (1798-1860) PINKSTERZANGEN I. Niemand kan zeggen Jesus den Heere te zijn dan door den Heiligen Geest - 1 Cor. XII : 3. Een Pinkstergalm, ontsprongen aan de snaren van d' Isrelliet, die zijn Messias vond! Eer zij den Geest, die 't alles kwam verklaren, wat de Oude Schrift van 't Rijk des Heils verkondt! Eer zij den Geest, door wien wy 't lich ontfingen, die levend maakt, en levendigen sterkt! O! dat van Hem Hy-zelve ons leer' te zingen, die 't heilgeloof in onze harten werkt! 't Is deze Geest, die op de waatren zweefde, aleer het licht zich afscheidde uit den nacht. God sprak, Hy blies! en alle schepsel leefde, dat voor het Woord te voorschijn was gebracht! Dat is de Geest, die op de Apostlen daalde op 't Pinksterfeest van Sinaïs verbond! Dat is de Geest, wiens vuurdoop hem bestraalde; Hy kwam; Hy blies! De Christenkerk bestond! o wonderdag! o dag der Eerstelingen van gaven, hier des hemels, niet der aard! o hoogtijdsdag, waarvan de Zienders zingen, aan wie de Geest Zijn toekomst heeft verklaard! hoe zaagt gy dus op éénen stond volbrengen, wat eeuwen lang verlangd werd en voopspeld! en over 't volk de volle stroomen plengen der heilfontein, die uit Godsstad welt? (2e, 3e citaat) God heeft Zijn Zoon verheerlijkt, en de Bede des Voorspraaks aan het arme volk volbracht! De Koning legt op Zijn Gezanten vrede, en heerlijkheid, en wetenschap, en kracht! Zijn zalving is 't ten hemel uitgegoten, die 't hart vernieuwt, en hart en mond ontsluit; en ziet! de zaal, nog korts door vrees gesloten, gaat open, en de Apostelschaar treedt uit! Thands is het uur der zielenvangst verschenen, waartoe de Heer de visschers tot Hem riep! De twijfel is uit aller hart verdwenen! De Geest getuigt, dat hen de Geest herschiep! Die voor het oog der dienstmaagd driemaal beefde, betuigt het thands met teeknen keer op keer, dat Jesus, dien zy kruisigden, herleefde, en leeft en heerscht, Messias, Vorst en Heer! Wiens Koninkrijk Profeet en Wet verkonden, Hy, Zone gods, en Davids Zaad te zaam! in Hem alleen vergevinge der zonden! De zaligheid is in geen andren naam! Die stem verneemt in allerhande talen, uit allen oord vergaderd naar de Wet, heel Israël in Sions tempelzalen! Jerusalem getuigt het en ontzet! De duizenden zijn in hun hart verslagen, en Sion wordt van kinders als benaauwd! God zond Zijn Woord, God doet het vruchten dragen! Het huis van God wordt zonder hand gebouwd! Van kracht tot kracht, genade tot genade, verheerlijkt God de heilboôn, die Hy zendt! Wat wonderen slaat hier Judéa gade, Samarië, en des werelds uiterste end! De kreuple sprint, bezeetnen zijn genezen! De kranken, wie hun schaduw overzweeft, herademen! en dooden zijn verrezen! - De vijand zwicht, en knarsetandend en beeft! 't Is vruchteloos, dat tegen hem vergaârde de Priestersecte, en 't Phariseeuwsche rot, de menigten, de Machtigen der aarde - hun woede zelf vervult den raad van God! (2e citaat) God doet alom Zijn helden triumferen Des Heeren woord werpt alle hoogten neer! Ook zelfs de wolf zal met het Lam verkeeren, en - Saulus knielt voor Zijn vervolgden Heer! De Jood valt neêr voor d' aan het kruis Doorstooknen, en 't Heidendom aanbidt der Joden God! Heil over U, verslaagnen, hartverbrooknen! de heerlijkheid der heemlen is uw lot! Weest blijde, o gy, wier lasten Jesus torschte, die op u naamt Zijn liefelijken last! Ja! wordt gedrenkt, gy, voor wie Jesus dorstte! door Zijnen Geest, die op U nederplascht! De Heilge Geest daalt neder uit de wolken, doorstroomende den uitgedorden hof! De Heilge Geest! door adem ons de harten, uitbrandende 't vergif der zondevrucht! O Heilge Geest! breng troost voor Sions smarten, doorklievende, gelijk een duif, de lucht! Eer zij den Geest, die uitgaat van den Vader! Eer zij den Geest, gezonden door den Zoon! Eer zij den Geest, den Liefde- en Levensader! HEM zij Zijn gaaf ten offer aangeboôn! ISAÄC DA COSTA (1798-1860) PINKSTERZANGEN II. Bidt dan den Heer des oogstes. - Matthéüs IX : 38. [Wijze: Gezang 38.] Ja! de Trooster is gekomen, Jesus ging van de aarde heen! Jesus, van u opgenomen, liet, o Kerk! u niet alléén! De Beloofde werd gezonden, en de Kracht uit God kwam neêr! 't Past ons juichend, keer op keer, zijn verschijning te verkonden! Heden is het Pinksterfeest! Looft en dankt den Heilgen Geest! Looft den Geest! Hy is de Heere God door God uit God gegaan! Zingt Hem psalmen! geeft Hem eere! Roept Zijn Naam uit! bidt Hem aan! Hem, die gaaf en Gever tevens uitzendt, en gezonden wordt, God is, en wordt uitgestort! Looft, o volk! den Geest des levens, Hem, die schept en wederschept, dien ge in 't hart ontfangen hebt! Looft den God der heilprofeten, Christus Geest, dien in hem wrocht! door wien Isrel heeft geweten wat verlossing 't wachten mocht! Die de steenen heeft beschreven van 't tientallig Wetgebod; d' onontwijkbren eisch van God! Die de schrift heeft ingegeven, die haar open en verklaart, die ons Jesus openbaart! Looft Hem, die met vuur gekomen, die met storm verkondigd is! Die met licht zal overstroomen 's werelds dikste duisternis! Wonderkrachten, talen, monden, wijsheid schonk Hy! 's Heeren zin stortte Hy den Jongren in, om den volken te verkonden (allereerst aan Jacobs huis!) vrede door den smaad van 't kruis! Looft den Geest! Hy zal niet wijken van de Kerk, met bloed gekocht. Zijn nabijheid zal steeds blijken, hoe de Vijand woeden mocht! Vreest niet, o gezochte schapen, vrees niet weêergevonden ziel, zoo de nacht u overviel! Zou de Geest des Heeren slapen? Waakt Hy, schoon geen oog Hem ziet, voor de kleine kudde niet? Geest der kennis, Geest der waarheid, der genade, der gebeên! leer ons wandlen by uw klaarheid in de heilverborgenheên! Doe ons Abba Vader bidden, (2e citaat) zeggen Jesus onzen Heer, geven U in alles de eer! Zweef in der Gemeenten midden, om te heilgen de offerand van hun hart, en mond, en hand!] Maak ons ook in donkre tijden hier toch steeds indachtig aan, dat door strijden, druk en lijden, 't volk met Jesus in moet gaan! Breek de hardheid onzer harten, en onze aardsche duisternis! Voer ons op, waar Christus is! Bid, verzucht, in vreugd en smarten, Gy, die Jesus Adem zijt! voor ons, in ons, t' allen tijd! (2e citaat) Wil ons tot een tempel maken, dien Uw heerlijkheid vervult, dat we eens uit het graf ontwaken, in onsterflijkheid gehuld! Ook de kwijnende Gemeente wacht van U het leven weêr! Daal op 't overblijfsel neêr, op 't verstrooid en dor gebeente, dat uw blazing slechts verbeidt, en 't herrijst in heerlijkheid! Wees vooral dat oord gedachtig, eens de woonplaats Uwer eer, door Uw invloed eertijds machtig - thands Uw Nederland niet meer! Ja! keer weder tot die dreven, die Gy tot Uw erf herschiept, waar Ge een wolk in 't aanzijn riept, dat in heilgen bloei mocht leven, van Uw vleuglen overschaauwd, van Uw honig overdaauwd! Ach! de Heidnen in hun woede hebben 't heiligdam vertreên! Sions Maagd, van smaadheên moede, ademt nog door hoop alleen! Ach! Gods gramschap is ontsteken over een ondankbaar land, dat, verzadigd uit Zijn hand, van Zijn dienst is afgeweken, van Zijn banden zicht ontsloeg, met Zijn vijand zich verdroeg! Maar die God wil ook vergeven! - Levenwekker! keer! o keer! wil opnieuw de lucht doorzweven, en de vijgeboom wordt teêr! Zend Uw maaiers in de velden, Heer des oogstes! Geef den groei! (2e citaat) Neerlands Kerk en grond herbloei' Gord in Land en Kerk weêr helden met Uw wapenrusting aan, om voor de eere Gods te staan! Trooster! Zalver! Gy zult komen op 't gebed, door U verwekt! Van Uw regens, van Uw stroomen wordt eens de aarde gantsch bedekt! Liefde en ijver zullen blaken, waar reeds alles scheen verkwijnd, als de Pinksterzon verschijnt! Noordenwind! o wil ontwaken! Zuidenwind! doorwaai den hof! - Heilge Geest! U zij de lof! ISAÄC DA COSTA (1798-1860) SLOTZANG. Genade zij u en vrede van Hem, Die is, en Die was, en Die komen zal: en van de Zeven Geesten die voor zijnen troon zijn - Openbaringen I : 4. [Wijze: Psalm 36.] Den zeven geesten voor den troon zij, met den VADER en den ZOON, aanbidding, lof en eere! Het Zevengeestental is Één, oneindig in verscheidenheên, maar steeds één Geest, één Heere! By donderslag- en stemgeluid schiet Hy in zevenstralen uit (2e citaat) op de allerhande scharen! Van Hem is 't vloeibre olijvengoud dat d' eeuwgen lichtglans onderhoudt der zeven kandelaren! (2e citaat) Ontzettend geheimenis! Die was, Die wezen zal, Die is, is Een en Drie te gader! God is een Geest, dien niemand zag, geen schepsel immer naadren mag! lof zij d' onzichtbren Vader! - God is in 't vleesch geopenbaard! gehoord, gezien, getast op aard! Hosanna onzen Heere! - God is een God, die 't Al behoudt met geest en leven zevenvoud! Den Heilgen Geest zij de eere! O Geest! geleid ons tot den Zoon! Breng ons, o Heer! voor 's Vaders troon! Schenk ons den Geest, o Vader! By de overzaalge wenteling in dezen Goddelijken kring koom 't hart U immer nader, tot dat we, ontheven van dit stof, uitgalmen in Uw hemelhof met al uw Dienaars samen: Den ZEVEN GEESTEN voor den troon zij, met den VADER en den ZOON, lof en aanbidding! AMEN!